Masterclass Mind-mindedness 

05 juni 2019

Maandagavond gaf Prof. Dr. Ruben Fukkink op uitnodiging van Sinne kinderopvang, een masterclass mind-mindedness op het IKC Willem Friso in Leeuwarden. Op interactieve wijze heeft een grote groep geïnteresseerde Sinne medewerkers kennis gemaakt met de, voor de kinderopvang relatief nieuwe term, mind-mindedness. Ruben Fukkink legde op inspirerende wijze en vol passie uit wat het precies is en wat het inzetten van mind-mindedness kan opleveren en pedagogisch medewerkers oefenden aan de hand van foto’s, filmpjes en eigen casussen hun eigen mind-mindedness. 


Mind-mindedness en sensitiviteit

Mind-mindedness is het vermogen van pedagogisch medewerkers (en opvoeders in het algemeen) om elk kind te behandelen als een individu, met zijn eigen wensen, gedachten en emoties. Mind-mindedness is een uitbreiding van het begrip sensitiviteit. De twee termen verschillen van elkaar in de zin dat het bij sensitiviteit gaat om het vermogen van de pedagogisch medewerker om signalen van het kind op te vangen en hier accuraat op te reageren, zowel verbaal als non-verbaal. Mind-mindedness heeft specifiek betrekking op de verbale communicatie van de opvoeder naar het kind, de pedagogisch medewerker sluit aan/stemt af op het mentale niveau van het kind en geeft hier woorden aan.
Naast dat er verschillen bestaan tussen mind-mindedness en sensitiviteit, zijn ze ook onlosmakelijk met elkaar verbonden. Stel je voor: een kind ligt huilend op de grond nadat het hard is gevallen. Een pedagogisch medewerker die sensitief is maar een laag niveau van mind-mindedness heeft, pakt dit kind liefdevol op en troost het kind zonder woorden aan de situatie te geven. Of andersom: een pedagogisch medewerker die een hoog niveau van mind-mindedness heeft maar weinig sensitiviteit: Zij benoemt de situatie: “Goh, je bent gevallen en je moet huilen. Volgens mij heb je je pijn gedaan” maar gaat niet in op de behoefte die het kind op dat moment heeft: getroost worden. Wanneer een pedagogisch medewerker vanuit een sensitieve basishouding mind-mindedness inzet, is de kans groot dat zij ‘raak praat’ inzet: woorden die de gedachten, gevoelens of cognities van een kind omschrijven, woorden die de mind  van het kind raken. 

Gevolgen van mind-mindedness 

Gebleken is dat de sociale en emotionele ontwikkeling van baby’s en kleuters beter verloopt wanneer zij mind-minded opvoeders om zich heen hebben. Hoe meer opvoeders vanaf de babytijd mind-minded zijn, des te meer sensitief gedrag het kind gaat vertonen. Een pedagogisch medewerker die zich kan verplaatsen in het kind en woorden geeft aan de belevingswereld van dit kind, zorgt er dus voor dat dit kind zich uiteindelijk zelf ook goed kan verplaatsen in de ander. Ook speelt mind-mindedness een belangrijke rol in de veilige hechting van een kind aan de pedagogisch medewerker. Opvallend is dat er verschillen tussen jongens en meisjes bestaan op het gebied van mind-mindedness en gehechtheid: Voor jongens geldt dat de mind-mindedness van een pedagogisch medewerker een direct effect op de veilige gehechtheid heeft. Voor meisjes geldt dat respect voor autonomie mogelijk de meest directe invloed op een veilige hechting heeft. 


Voor alle leeftijden 

Mind-mindedness is effectief voor alle leeftijden. Baby’s begrijpen misschien niet alles wat de mind-minded pedagogisch medewerker tegen ze zegt, maar door de belevingswereld van baby’s te benoemen leren ze ontzettend veel. Bij alle kinderen, in het speciaal bij baby’s, is niet alleen wát je zegt belangrijk, hóe je het zegt is ook van belang. 
Baby’s hebben vooral behoefte aan individuele interactie. Daarom moet de mind-mindedness individueel gericht zijn. Voor peuters en oudere kinderen staat de interactie in groep meer voorop. Daarom moet mind-mindedness vanaf de peuterleeftijd groepsgericht zijn. 
 

Raak praat in de praktijk 

Hoe kunnen we mind-mindedness inzetten in de dagelijkse praktijk? Is het de bedoeling dat een pedagogisch medewerker de hele dag achter kinderen aanloopt en benoemt wat ze ziet gebeuren? Nee. Zoals Ruben Fukkink aangeeft tijdens zijn masterclass: Pedagogisch medewerkers zijn geen sportverslaggevers en het is niet nodig om elke beweging die een kind maakt te benoemen. De praat zou dan niet meer raak zijn. Praat is wél raak wanneer de pedagogisch medewerker dátgene benoemt wat er op dat moment in een kind of een groep kinderen omgaat. Dit kan op verschillende gebieden:

  • Wensen: Denk hierbij aan alle woorden die de pedagogisch medewerker kan geven aan de wens van een kind. Bijvoorbeeld wat een kind wel of niet leuk vindt, waar hij van houdt, waar hij een voorkeur voor heeft, “welke wil jij”  “wat wil je hebben?”. Opmerkingen die een intentie bevatten vallen ook in deze categorie: “Welke ga je neerzetten?” 
  • Cognities: Hier gaat het o.a. om benoemingen op het gebied van (na) denken, besluiten maken, wel/niet geïnteresseerd zijn, weten, herkennen, herinneren, realiseren, verwachtingen, fascinaties, geobsedeerd zijn, ergens op gefocust zijn. Maar het kan ook gaan om een opmerking die het hier-en-nu met het verleden of de toekomst verbindt: “Weet je nog dat we een kameel in de dierentuin zagen?” (wanneer een kind met een kameel speelt) of “Weet je dat we morgen met de trein gaan?” (wanneer een kind met een trein speelt) 
  • Emoties: Er bestaan ontzettend veel emoties. Naast de basisemoties blij, boos, bang en verdrietig kan een pedagogisch medewerker bijvoorbeeld benoemen dat een kind genoeg gehad heeft, er klaar mee is, zelfbewust is, gelukkig oogt, zich zorgen maakt, opgewonden is, geschrokken is, verbaast is, zich verveelt etcetera. 
  • Epistemisch: Hier gaat het om benoemingen die betrekking hebben op kennis en opvattingen over hoe de wereld in elkaar zit. Vaak wordt dit door middel van een grapje of een grolletje. Denk bijvoorbeeld aan een pedagogisch medewerker die zegt dat het kind zijn sokken wel om zijn handjes mag doen. Of een pedagogisch medewerker die tijdens het boekje lezen opzettelijk foutjes maakt; een hond als kat benoemt of de kleuren verkeerd benoemt. 
  • Voor het kind praten: Dit gaat om uitingen die bedoeld zijn om de gedachten/handelingen van het kind te benoemen. Een pedagogisch medewerker die ziet dat het kind naar een krokodil reikt kan zeggen: “Jij wilt de krokodil” 

Over Ruben Fukkink

Prof. Dr. Ruben Fukkink is bijzonder hoogleraar Kinderopvang en educatieve voorzieningen voor het jonge kind aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam, afdeling Pedagogiek, Onderwijskunde en Lerarenopleiding. Zijn expertises zijn onder meer: kinderopvang, dagopvang, buitenschoolse opvang, pedagogische kwaliteit, opleiding en training van pedagogisch medewerkers, voor- en vroegschoolse educatie. Sinne is één van de sponsoren van de leerstoel van Ruben Fukkink.  
 

Vorige