Veranker de unieke expertise van de kinderopvang

04 november 2019

In de afgelopen maanden heeft onze directeur-bestuurder Robert Sänger (bestuurslid BMK) mee mogen denken in de totstandkoming van het Manifest 'Veranker de unieke expertise van de kinderopvang'. Branchepartijen BK (Brancheorganisatie Kinderopvang), BMK (Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang) en BOinK (Belangenvereniging van ouders in de kinderopvang) pleiten in een manifest ervoor om de expertise van de kinderopvang maatschappijbreed in te zetten. Het is voor het eerst dat de kinderopvangsector zo breed vertegenwoordigd inzet op erkenning. 

Lees hieronder het gehele artikel dat gepubliceerd is door kinderopvangtotaal.

‘Veranker de unieke expertise van de kinderopvang’


Branchepartijen BK, BMK en BOinK pleiten in een manifest ervoor om de expertise van de kinderopvang maatschappijbreed in te zetten. Het is voor het eerst dat de kinderopvangsector zo breed vertegenwoordigd inzet op erkenning.

‘Kinderopvang is meer en moet meer zijn dan een arbeidsmarktinstrument, meer dan gescheiden werelden voor kinderen mét en kinderen zonder een achterstand’, schrijven de branchepartijen in het manifest dat 31 oktober gepresenteerd werd.

‘De unieke expertise van de kinderopvang bestaat uit drie cruciale pijlers: de rol van kinderopvang bij de ontwikkeling van het jonge kind (0-6-jaar), de rol van kinderopvang bij de brede talentontwikkeling van het oudere kind (6-12 jaar) en ondersteuning van en dienstverlening aan ouders. De duurzame inzet en uitvoering van deze expertise staat onder druk. De Brancheorganisatie Kinderopvang (BK), de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK) en de Belangenvereniging van ouders in de kinderopvang (BOinK) roepen op deze expertise steviger te verankeren in het aanbod aan kinderen, opdat we kinderen optimaal begeleiden in hun ontwikkeling in een veranderende wereld.’

De partijen stellen twee grote problemen aan de kaak, waar een antwoord op zal moeten worden gevonden:

Het eerste is de toenemende laaggeletterdheid, die tot gevolg heeft dat grote groepen volwassenen in de maatschappij buiten spel komen te staan.
Het tweede is de steeds permanentere kloof tussen groepen kinderen als gevolg van de grote verschillen in sociaal economische status van hun ouders.
‘De kinderopvang kan, samen met het primair onderwijs, een belangrijke bijdrage leveren aan het oplossen van deze twee problemen. Een integraal en inclusief aanbod waarbij ieder kind in de voorschoolse periode de kans krijgt om zich op zijn of haar eigen niveau optimaal te ontwikkelen is daarbij het uitgangspunt (waarbij het herkennen en ondersteunen in het vroegste stadium van kinderen met een achterstand van doorslaggevend belang is) net als de brede talentontwikkeling van oudere kinderen.’

Drie pijlers

In het manifest worden de hierboven genoemde drie pijlers toegelicht.

Pijler 1: ontwikkeling jonge kind (0-6 jaar)

De ontwikkeling van jonge kinderen tot een jaar of zes, is een andere dan de ontwikkeling vanaf een jaar of zes. ‘Tot ongeveer zes jaar is het sociaal-emotionele welbevinden van jonge kinderen het eerste opvoedingsdoel, pas daarna gaat het schoolse leren een belangrijke rol spelen. De kinderopvang heeft specifieke expertise waar het gaat om de ontwikkeling van kinderen via spel. Medewerkers zijn gewend te kijken naar wat kinderen nodig hebben en verrijken dit spel. De kern van het Pedagogisch kader kinderopvang, het ‘handboek’ voor pedagogisch medewerkers, is het scheppen van voorwaarden om het spel van kinderen te stimuleren door het grijpen en creëren van kansen. (…) Uit het onderwijsveld krijgen we signalen dat het kleuteronderwijs te ‘schools’ dreigt te worden, met te veel nadruk op de cognitieve ontwikkeling. De kennis over het jonge kind lijkt verdwenen. (…) Waarom zetten we de expertise van de kinderopvang niet in voor kinderen tot zes jaar?’

‘WAAROM ZETTEN WE DE EXPERTISE VAN DE KINDEROPVANG NIET IN VOOR KINDEREN TOT ZES JAAR?’

Pijler 2: brede talentontwikkeling (6-12 jaar)

‘Er is sprake van een groeiend besef dat kinderen andere competenties nodig hebben voor de samenleving van de toekomst. De buitenschoolse opvang kan een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van deze competenties. (…) De potentie van de samenwerking tussen onderwijs en buitenschoolse opvang als het gaat om duurzaam organisatorisch verankerde brede talentontwikkeling en gelijke kansen is groot.’

Daarbij benadrukken de branchepartijen de voordelen van krachtenbundeling tussen kinderopvang en onderwijs:

‘Het is essentieel de expertise van kinderopvang in te zetten voor kinderen van 0-6 en van 6-12 jaar; dat kan in iedere vorm van samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang. Samen kunnen primair onderwijs en kinderopvang het aanbod aan kinderen (en ouders) verbeteren, verbreden en verdiepen. Bovendien kunnen we door het werk anders te organiseren een deel van de personeelstekorten in het basisonderwijs en de kinderopvang oplossen en de werkdruk verlichten. Een onderwijsbestuurder verwoordde het al in 2015 zo: “Het team van 2020 zou kunnen bestaan uit pedagogisch medewerkers, specialisten, leerkrachten, universitair docenten maar ook, spelbegeleiders, app-bouwers, kunstenaars, boswachters.”’

Pijler 3: ondersteuning van en dienstverlening aan ouders

Kinderopvang van hoge kwaliteit is cruciaal voor kinderen en wordt bepaald in de Wet kinderopvang.

‘Kinderopvang is echter ook gericht op het ondersteunen van ouders in het combineren van werk en de zorg en opvoeding van jonge kinderen. Dat het bevorderen van de arbeidsparticipatie een belangrijk doel van de overheid is, blijkt ook uit de wijze waarop de kinderopvang wordt gefinancierd. Het uitgangspunt van tripartiete financiering maakt dat overheid, werkgevers en ouders elk een derde van de kosten voor hun rekening nemen.’

Het kinderopvangaanbod is zo goed mogelijk afgestemd op de vragen en wensen van ouders, zodat zij arbeid en zorg zo goed mogelijk kunnen combineren.

‘Dit laatste is essentieel voor een nieuwe generatie jonge ouders die door een veranderende samenleving geconfronteerd wordt met grote uitdagingen waar het gaat om de arbeidsmarkt en veranderende sociale verhoudingen.

De toename van het aantal burn-outs en andere stressgerelateerde klachten bij jonge ouders geeft aan hoe moeilijk het is om een goede balans tussen werk en privé te vinden. In het spitsuur van de combinatie van arbeid, opvoeding en zorg, waarin ouders ook nog een carrière opbouwen, al dan niet in combinatie met studie, kan de kinderopvang ouders ontzorgen. (…) Kinderopvang is bovendien ‘partner in de opvoeding’: levert samen met ouders een bijdrage aan de ontwikkeling en opvoeding van kinderen.’

De pijlers staan onder druk

De borging van de drie pijlers, waarop de specifieke expertise van de kinderopvang berust, komt door politieke keuzes en ontwikkelingen ter discussie te staan.

‘De afgelopen jaren is stevig ingezet op samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang vanuit gelijkwaardigheid van beide partijen mét beider expertises als voorwaarde voor een optimale ontwikkeling van kinderen. (…) De Taskforce samenwerking onderwijs en kinderopvang bepleit in Tijd om door te pakken vergaande maatregelen om de samenwerking tussen onderwijs, kinderopvang en zorg te faciliteren. Het kabinet gaat hier niet in mee. Richtinggevend beleid van de Rijksoverheid om gelijkwaardigheid te borgen ontbreekt daardoor; daar waar de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang in de praktijk in hoog tempo doorgaat. Dat betekent dat er evenmin gesproken wordt over mogelijke randvoorwaarden om de vorming van kindcentra in goede banen te leiden. Dat brengt risico’s met zich mee.’

Conclusie

‘Het is essentieel de unieke expertise van kinderopvang meer in te zetten; dat kan in iedere vorm van samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang. De duurzame inzet en uitvoering van deze expertise staat onder druk. BK, BMK en BOinK pleiten er voor dat beide partijen elkaars expertise expliciet erkennen’, besluiten de branchepartijen het manifest.

‘Het inzetten van beider expertises maakt dat onderwijs en kinderopvang samen een veel beter aanbod aan kinderen kunnen doen, gericht op de toekomstig benodigde competenties van kinderen. Er is een breed maatschappelijk debat nodig over een duurzame verankering van de drie pijlers van kinderopvang, als waardevol en onmisbaar voor de bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen, de economie en de samenleving als geheel.’

Vorige Volgende