Het verhaal van Sinne
Tot 1901 werden broers en zussen, ouder dan 6, ook nog wel thuis gehouden van school om voor hun jongere broertjes en zusjes te zorgen. Met de ingang van de leerplicht in 1901 was ook dit geen optie meer voor moeders. De opvang had een duidelijke maatschappelijke functie: kinderen kregen een veilige plek en moeders leerden hoe zij hun kinderen konden verzorgen. Daarmee droeg de bewaarplaats niet alleen bij aan het welzijn van kinderen, maar aan dat van hele gezinnen.
Na de Tweede Wereldoorlog kwam Leeuwarden in een periode van wederopbouw. De stad kampte met ernstige woningnood: jonge gezinnen woonden noodgedwongen in bij familie en huizen waren klein en vaak zonder eigen voorzieningen. Tegelijkertijd groeide Leeuwarden verder uit tot arbeidsstad. Industrie breidde zich uit, het aantal werkende vrouwen nam toe en gezinnen kwamen steeds vaker onder druk te staan. In deze context was kinderopvang geen luxe, maar een noodzakelijke ondersteuning: een plek waar kinderen rust, regelmaat en hygiëne vonden en waar ouders geholpen werden bij het combineren van werk en zorg.
Binnen deze maatschappelijke ontwikkelingen opende in 1956 de Vereniging Kinderdagverblijf Leeuwarden haar deuren in het Nieuw Stadsweeshuis. Hiermee werd voortgeborduurd op het werk van de eerdere kinderbewaarplaatsen, maar met een duidelijke stap richting professionalisering. De focus verschoof geleidelijk van opvang als noodvoorziening naar opvang met aandacht voor de ontwikkeling van het kind.